Caribe Magazine

Carib Magazine is de toonaangevende aanbieder van kwalitatief Nederlands nieuws in het Engels voor een internationaal publiek.

Fossiele uitwerpselen van ‘zombie-eekhoorns’ blijken wetenschappelijke goudmijn

Fossiele uitwerpselen van ‘zombie-eekhoorns’ blijken wetenschappelijke goudmijn

Een opmerkelijke ontdekking in het noorden van Canada geeft onderzoekers nieuwe inzichten in het leven tijdens de ijstijd. In oude gangenstelsels van grondeekhoorns vonden wetenschappers versteende uitwerpselen die tot wel 700.000 jaar oud zijn. De fossielen bevatten uitzonderlijk veel oud DNA en schetsen een gedetailleerd beeld van de prehistorische mammoetsteppe.

De vondst werd gedaan in Gold Run Creek, een mijngebied in Yukon waar de permanent bevroren bodem organisch materiaal bijzonder goed bewaart. In de fossiele uitwerpselen — ook wel coprolieten genoemd — ontdekten Canadese onderzoekers grote hoeveelheden prehistorisch DNA.

Volgens het onderzoek, gepubliceerd in Nature Communications, zijn de monsters tussen de 17.000 en 700.000 jaar oud. Nog nooit eerder konden wetenschappers uit zulke oude uitwerpselen bruikbaar DNA halen.

DNA onthult verrassend dieet

Paleontoloog Tyler Murchie en zijn collega’s reconstrueerden achttien volledige mitochondriale genomen uit het DNA-materiaal. Daarmee konden ze achterhalen wat de grondeekhoorns aten en welke dieren in hun leefomgeving voorkwamen.

De resultaten waren opvallend. De grondeekhoorn werd traditioneel gezien als een planteneter, maar uit het onderzoek blijkt dat het dier veel opportunistischer leefde dan gedacht.

Naast grassen, bloemen, zaden en schimmels aten de dieren ook vlees. In de coprolieten werden sporen gevonden van steppebizons, paarden en wolharige mammoeten.

Overleven tijdens extreme winters

Volgens de onderzoekers hangt dat eetgedrag samen met de lange winterslaap van de dieren. Grondeekhoorns sliepen maandenlang, van oktober tot april. Tijdens die periode zakte hun hartslag tot ongeveer één slag per minuut en daalde hun lichaamstemperatuur zelfs onder het vriespunt.

Om voldoende vetreserves op te bouwen voor die extreme omstandigheden, aten de dieren vrijwel alles wat beschikbaar was. Ze jaagden vermoedelijk op insecten en kleine dieren zoals lemmingen en jonge hazen. Daarnaast aten ze aas van gestorven mammoeten, wolven, antilopen en andere dieren.

De onderzoekers spreken zelfs van kannibalisme onder de grondeekhoorns. Daarom worden de dieren in het onderzoek omschreven als de ‘zombies van het Pleistoceen’.

Gedetailleerd beeld van de mammoetsteppe

Het DNA uit de uitwerpselen biedt onderzoekers een uitzonderlijk compleet beeld van de ecosystemen die tijdens de ijstijd grote delen van Noord-Amerika en Eurazië bedekten.

Wetenschappers konden reconstrueren dat het landschap bestond uit uitgestrekte graslanden en kruidenvelden, met hier en daar wilgen en berken. Tussen die vegetatie leefden wolharige mammoeten, kortsnuitberen en sabeltandkatten.

Vooral de aanwezigheid van kleine dieren in het DNA-materiaal is bijzonder waardevol. Fossielen van grote dieren worden relatief vaak gevonden, maar resten van kleine dieren verdwijnen meestal zonder sporen.

‘Een vorm van DNA-detectivewerk’

Botanicus Barbara Gravendeel, die zelf eerder onderzoek deed naar coprolieten van grondeekhoorns, noemt de resultaten overtuigend.

Volgens haar laat het onderzoek zien hoe sterk moderne DNA-technieken zijn verbeterd. “Via een soort DNA-detectivewerk kun je nu reconstrueren welke dieren en planten destijds samenleefden,” stelt ze.

Gravendeel wijst erop dat juist kleine dieren belangrijke nieuwe informatie opleveren. “Van mammoeten vind je soms nog slagtanden of botten, maar kleine dieren fossiliseren veel slechter. Daardoor ontstaat nu een veel completer beeld van het ecosysteem uit de ijstijd.”

Belangrijke bron voor klimaat- en natuuronderzoek

De ontdekking onderstreept volgens onderzoekers hoe waardevol permafrostgebieden zijn voor onderzoek naar verdwenen ecosystemen. Door de opwarming van de aarde ontdooit de noordelijke bodem steeds sneller, waardoor wetenschappers proberen zoveel mogelijk biologisch materiaal veilig te stellen.

De versteende uitwerpselen van een kleine grondeekhoorn blijken daardoor onverwacht een van de meest gedetailleerde archieven van het leven tijdens de ijstijd te bevatten.