Caribe Magazine

Carib Magazine is de toonaangevende aanbieder van kwalitatief Nederlands nieuws in het Engels voor een internationaal publiek.

Oud-gynaecoloog van Rijnstate verwekte minstens zestien kinderen met eigen sperma

Oud-gynaecoloog van Rijnstate verwekte minstens zestien kinderen met eigen sperma

Een voormalig gynaecoloog van het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate heeft in de jaren zeventig en tachtig minstens zestien kinderen verwekt door zijn eigen sperma te gebruiken bij vruchtbaarheidsbehandelingen. Dat blijkt uit onafhankelijk onderzoek dat in opdracht van het ziekenhuis is uitgevoerd. De zaak past in een bredere discussie in Nederland over medische ethiek en toezicht in de vroege jaren van fertiliteitsbehandelingen.

Onderzoek naar fertiliteitspraktijken uit het verleden

De betrokken arts werkte destijds in het Elisabeth Gasthuis in Arnhem, een ziekenhuis dat later samen met twee andere instellingen opging in het huidige Rijnstate. Volgens het onderzoek heeft de gynaecoloog zelf bevestigd dat hij zijn eigen sperma gebruikte bij kunstmatige inseminatie.

Dat gebeurde zonder dat wensouders daarvan op de hoogte waren. In plaats van sperma van een donor gebruikte de arts in meerdere gevallen zijn eigen materiaal om vrouwen zwanger te maken.

Het precieze aantal kinderen dat op deze manier is verwekt, is nog niet vastgesteld. Tot nu toe zijn zestien donorkinderen geïdentificeerd. Rijnstate sluit niet uit dat dit aantal in de toekomst verder oploopt.

Oproep aan mogelijke donorkinderen

Het ziekenhuis roept mensen die vermoeden dat zij mogelijk via deze arts zijn verwekt op om zich te melden en hun DNA te laten onderzoeken. Dat kan via Fiom, het Nederlandse expertisecentrum voor afstammingsvragen en donorkinderen.

Met behulp van DNA-onderzoek hoopt men meer duidelijkheid te krijgen over het totale aantal kinderen dat met het sperma van de arts is verwekt.

Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat de gynaecoloog drager is van een erfelijke aandoening. Dat maakt de kwestie voor sommige betrokken families extra gevoelig.

Onzekerheid over motieven van de arts

Waarom de arts zijn eigen sperma gebruikte, blijft vooralsnog onduidelijk. Tegen de onderzoekers verklaarde hij dat hij daartoe overging wanneer een geplande donor niet beschikbaar was.

Volgens Rijnstate is niet vastgesteld hoe vaak deze situatie daadwerkelijk voorkwam of in welke omstandigheden de arts besloot zijn eigen sperma te gebruiken.

“Ook naar de maatstaven van toen onacceptabel”

Tot begin jaren negentig bestond er in Nederland nauwelijks specifieke wet- en regelgeving rond fertiliteitsbehandelingen. Klinieken werkten voornamelijk volgens professionele richtlijnen en gedragsregels binnen de medische beroepsgroep.

Een van die regels stelde dat een arts niet verder mag doordringen in het privéleven van een patiënt dan strikt noodzakelijk is voor de behandeling.

Volgens ziekenhuisbestuurder Hans Schoo staat het handelen van de gynaecoloog haaks op die principes.

“Wij vinden het handelen van de dokter, ook in het licht van de tijd waarin het gebeurde, onacceptabel,” zegt Schoo. “Het gebruik van eigen sperma bij fertiliteitsbehandelingen van patiënten is duidelijk in strijd met de professionele gedragsregels.”

Kritiek op omgang met donorkinderen en ouders

De onderzoekers concluderen daarnaast dat het ziekenhuis in het verleden onvoldoende oog heeft gehad voor de gevolgen van kunstmatige inseminatie voor zowel donorkinderen als ouders.

Veel betrokkenen voelden zich volgens het rapport onvoldoende gehoord en kregen lange tijd geen duidelijke antwoorden op vragen over hun afkomst.

“Mensen hebben vaak het gevoel gehad dat hun vragen onbeantwoord bleven. Dat betreuren we,” aldus Schoo.

Breder probleem in Nederlandse fertiliteitszorg

De kwestie staat niet op zichzelf. In Nederland zijn eerder vergelijkbare gevallen aan het licht gekomen waarbij artsen hun eigen sperma gebruikten bij vruchtbaarheidsbehandelingen.

Een bekend voorbeeld is de Rotterdamse fertiliteitsarts Jan Karbaat. Hij verwekte tientallen donorkinderen met zijn eigen sperma terwijl hij werkzaam was in een vruchtbaarheidskliniek die verbonden was aan het voormalige Zuiderziekenhuis in Rotterdam en later MC Bijdorp in Barendrecht.

Daarnaast bleek uit recent onderzoek van het televisieprogramma Nieuwsuur dat Nederlandse fertiliteitsklinieken sinds 2004 te maken hebben gehad met minstens 85 zogenoemde massadonoren. Dat zijn donoren van wie sperma bij een groot aantal gezinnen is gebruikt.

Volgens de beroepsvereniging van gynaecologen, de NVOG, hielden klinieken zich lange tijd niet altijd aan de richtlijn die het aantal gezinnen per donor beperkt. Sinds 2018 geldt in Nederland een maximum van twaalf gezinnen per donor.

Toenemende aandacht voor transparantie

De recente onthullingen hebben geleid tot meer aandacht voor transparantie en controle binnen de fertiliteitszorg. DNA-databanken, strengere regelgeving en betere registratie van donoren moeten voorkomen dat dergelijke situaties zich in de toekomst opnieuw voordoen.

Voor veel betrokken families blijft de zoektocht naar hun biologische afkomst echter nog altijd gaande.