Op de campus van de Rijksuniversiteit Groningen komt een krachtige AI-supercomputer die Nederland meer eigen capaciteit moet geven voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. De installatie wordt een belangrijk onderdeel van de Nederlandse AI-fabriek en moet onderzoekers, bedrijven en overheden toegang bieden tot geavanceerde rekenkracht.
Met de investering wil Nederland de eigen kennisinfrastructuur versterken en de afhankelijkheid van grote buitenlandse aanbieders van AI-technologie verminderen. Organisaties moeten de supercomputer onder meer kunnen inzetten voor het ontwikkelen, trainen en testen van toepassingen op het gebied van kunstmatige intelligentie.
Groningen krijgt centrale rol in Nederlandse AI-infrastructuur
De AI-fabriek in Groningen is bedoeld als samenwerkingsomgeving voor ondernemers, wetenschappers en overheden. Zij kunnen er gezamenlijk werken aan nieuwe AI-technieken en onderzoeken hoe grote hoeveelheden gegevens veilig kunnen worden opgeslagen en verwerkt.
Een dergelijke infrastructuur bestaat niet alleen uit krachtige computers. Ook specialistische kennis is nodig om organisaties te ondersteunen bij het ontwikkelen en toepassen van kunstmatige intelligentie. Daarom bestaat de Nederlandse AI-fabriek uit zowel een expertisecentrum als de nieuwe supercomputer.
Het expertisecentrum is inmiddels actief. Projecten die daar worden ontwikkeld, zijn voor omvangrijke berekeningen voorlopig nog aangewezen op andere Europese AI-faciliteiten waar voldoende rekenkracht beschikbaar is. Met de komst van de supercomputer moet een groter deel van dat werk in Nederland kunnen plaatsvinden.
Minder afhankelijk van de Verenigde Staten en China
Veel belangrijke ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie komen momenteel uit de Verenigde Staten en China. Dat heeft in Nederland en de rest van Europa geleid tot zorgen over de afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven en infrastructuur.
Een eigen AI-infrastructuur kan Nederlandse organisaties meer mogelijkheden geven om toepassingen te ontwikkelen binnen Europese regels voor onder meer gegevensbescherming, veiligheid en digitale autonomie.
Voor Nederland speelt daarbij ook de positie van de kenniseconomie een belangrijke rol. Toegang tot grote hoeveelheden rekenkracht wordt steeds belangrijker voor universiteiten, onderzoeksinstellingen en ondernemingen die werken met complexe AI-modellen en omvangrijke datasets.
Medisch onderzoek kan profiteren van extra rekenkracht
Een van de organisaties die belangstelling heeft voor de nieuwe infrastructuur is het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Het ziekenhuis heeft zich ingezet om de supercomputer naar de regio te halen, vertelt Bart Scheerder van het UMCG.
Een mogelijke toepassing is onderzoek naar kwetsbare pasgeboren baby’s die met verschillende sensoren worden gevolgd.
“Daar komt ontzettend veel data uit over hoe een baby zich gedraagt”, zegt Scheerder. “Denk aan informatie over de hartslag, hersengolven of videobeelden.”
Volgens Scheerder kunnen deze gegevens worden gebruikt om beter te begrijpen wat het gedrag van een baby zegt over diens behoeften.
“We willen die data graag gebruiken om te onderzoeken. Bijvoorbeeld om te leren of het gedrag iets zegt over of een baby voeding nodig heeft, of pijn heeft. Daarvoor hebben we rekenkracht nodig die we graag bij de locatie in Groningen willen halen.”
Het verwerken van medische gegevens brengt strenge eisen met zich mee op het gebied van privacy en beveiliging. Tegelijkertijd kan het voor onderzoeksinstellingen kostbaar zijn om voldoende rekenkracht bij commerciƫle partijen in te kopen.
Scheerder zegt dat het om privacygevoelige informatie gaat en om medisch onderzoek. “Het is erg duur om daar rekenkracht voor in te kopen. Daardoor zijn commerciĆ«le aanbieders van AI-rekenkracht voor ons geen optie. We verwachten dat dit in Groningen wel kan.”
Nederland kiest niet voor een AI-gigafabriek
De Nederlandse aanpak wijkt af van bredere Europese plannen voor grootschalige AI-infrastructuur. De Europese Commissie wil Europa internationaal sterker positioneren op het gebied van kunstmatige intelligentie en heeft plannen ontwikkeld voor zeven zogenoemde AI-gigafabrieken.
Deze grote faciliteiten moeten de rekenkracht leveren die nodig is om Europese AI-ontwikkeling beter te laten concurreren met die in de Verenigde Staten en China. Het uitgangspunt is dat Europese bedrijven een belangrijke rol krijgen bij het beheer en dat de infrastructuur onder Europese wet- en regelgeving valt.
Verschillende Europese lidstaten, waaronder Duitsland en Frankrijk, sloten zich bij het initiatief aan. Nederland deed dat niet.
Het kabinet zag eerder ook af van subsidie voor een mogelijke AI-gigafabriek in Rotterdam. Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit liet de Tweede Kamer weten dat Nederland volgens het kabinet momenteel meer baat heeft bij kleinere AI-fabrieken, zoals de voorziening in Groningen.
Met de supercomputer krijgt Groningen een belangrijke positie binnen de Nederlandse AI-infrastructuur. De combinatie van specialistische kennis en eigen rekenkracht moet bedrijven, onderzoekers en publieke instellingen meer mogelijkheden bieden om AI-toepassingen in eigen land te ontwikkelen en gevoelige gegevens binnen een Europese omgeving te verwerken.

Timo Hogenbosch schrijft voor caribemagazine.nl over actualiteit, politiek, economie, technologie, sport, entertainment en lifestyle. Hij richt zich op duidelijke verslaggeving, betrouwbare informatie en onderwerpen die relevant zijn voor lezers. Met oog voor feiten en context brengt hij nieuws en ontwikkelingen op een toegankelijke manier.

Meer verhalen
Unitree-robot vecht zelfstandig met AI zonder menselijke besturing
Nederlands alternatief voor Google Maps wint snel aan populariteit
Huawei brengt Pura X View uit met opvallend breed 16:9-scherm