Kinderopvangorganisatie Partou heeft erkend dat ouders te laat zijn geïnformeerd over een zedenincident op een van haar locaties. In een brief aan ouders reageert de organisatie op groeiende onrust nadat bekend werd dat een invalkracht wordt verdacht van het misbruiken van twee jonge kinderen. De zaak roept opnieuw vragen op over veiligheid en communicatie binnen de Nederlandse kinderopvangsector.
Partou erkent: ouders hadden eerder geïnformeerd moeten worden
Kinderopvangorganisatie Partou betreurt dat ouders pas laat op de hoogte zijn gebracht van het vermeende misbruik door een invalkracht. Het gaat om de 66-jarige Jan B., die wordt verdacht van het seksueel misbruiken van twee kinderen op verschillende locaties van de opvangorganisatie.
In een brief aan ouders schrijft Partou dat ouders eerder geïnformeerd hadden moeten worden over het incident waarbij een tweejarig meisje betrokken was. Volgens de organisatie heeft de afgelopen week geleid tot veel vragen van bezorgde en boos geworden ouders. Zij vroegen zich onder meer af waarom zij niet eerder waren ingelicht.
Het incident vond plaats op 20 november 2025 op kinderdagverblijf De Kaap in Amsterdam-Oost. De zaak kwam echter pas op 2 maart 2026 in de media. Pas op dat moment hoorden ouders van meerdere Partou-locaties dat de verdachte invalkracht ook bij hun opvang had gewerkt.
Invalkracht werkte op veertien locaties
Uit de brief blijkt dat Jan B. in een periode van twee jaar als invalkracht actief was op veertien verschillende locaties van Partou.
De organisatie weigert bekend te maken om welke vestigingen het precies gaat. Volgens een woordvoerder zou het openbaar maken van die locaties “onnodige onrust veroorzaken”.
Partou benadrukt dat tijdens het politieonderzoek aanvankelijk terughoudendheid in communicatie werd gevraagd, om het onderzoek niet te beïnvloeden. Toch concludeert de organisatie nu dat de belangen van ouders zwaarder hadden moeten wegen.
“Met de kennis van nu vinden wij dat ouders tijdig geïnformeerd hadden moeten worden,” schrijft Partou in de brief. “Daarom willen wij tegenover alle betrokken ouders uitspreken dat wij het zeer betreuren dat zij pas later zijn geïnformeerd.”
Incident op kinderdagverblijf in Amsterdam-Oost
Het incident op 20 november werd volgens Partou opgemerkt door een vaste pedagogisch medewerker op de locatie De Kaap. Die medewerker zag dat invalkracht Jan B. grensoverschrijdend gedrag vertoonde tegenover een tweejarig meisje.
De man zou het meisje onzedelijk hebben betast door zijn hand in haar onderbroek te steken. Nog dezelfde dag werd intern melding gemaakt van het incident.
De ouders van het meisje werden echter niet direct geïnformeerd, zo blijkt nu uit de brief van de organisatie.
Pas op maandag 24 november namen de ouders zelf contact op met de kinderopvang. Hun dochter had die middag en in de dagen daarna thuis verontrustende verhalen verteld over wat er op de opvang was gebeurd.
In de brief erkent Partou dat de eerste berichtgeving hierover een onjuist beeld gaf.
“In publicaties over deze zaak is de indruk gewekt dat Partou de betreffende ouders proactief heeft geïnformeerd. Dat beeld doet geen recht aan de feitelijke gang van zaken,” schrijft de organisatie. “Nadat hun kind thuis had verteld wat er was gebeurd, hebben de ouders zelf contact gezocht met Partou en hun zorgen gedeeld.”
Discussie over het vierogenprincipe
De zaak heeft ook opnieuw aandacht gevestigd op het zogenoemde vierogenprincipe in de kinderopvang. Deze landelijke veiligheidsregel houdt in dat pedagogisch medewerkers nooit volledig alleen met kinderen mogen zijn; er moet altijd een tweede volwassene kunnen meekijken of meeluisteren.
Partou benadrukt dat dergelijke maatregelen belangrijke veiligheidswaarborgen bieden, maar geen absolute garantie vormen.
“Hoewel maatregelen zoals het vierogenprincipe belangrijke waarborgen bieden, kan helaas nooit een absolute garantie worden gegeven dat er nooit iets kan gebeuren,” schrijft de organisatie. “Dat is in dit geval pijnlijk gebleken.”
Onafhankelijk onderzoek en rechtszaak
Partou laat weten dat er een breed en onafhankelijk onderzoek zal worden uitgevoerd naar het incident en de interne procedures rond communicatie en toezicht.
De 66-jarige verdachte, Jan B., moet woensdag voor de rechter verschijnen.
De zaak heeft geleid tot grote onrust onder ouders en opnieuw debat aangewakkerd over veiligheid, toezicht en transparantie binnen de Nederlandse kinderopvang. Voor veel ouders staat daarbij één vraag centraal: hoe kan worden voorkomen dat dergelijke incidenten zich in de toekomst opnieuw voordoen.

Timo Hogenbosch schrijft voor caribemagazine.nl over actualiteit, politiek, economie, technologie, sport, entertainment en lifestyle. Hij richt zich op duidelijke verslaggeving, betrouwbare informatie en onderwerpen die relevant zijn voor lezers. Met oog voor feiten en context brengt hij nieuws en ontwikkelingen op een toegankelijke manier.

Meer verhalen
Meta stopt AI-functie voor foto’s op Instagram na kritiek op privacy
Palo Alto Networks-CSO spreekt op Dutch IT Security Day 2026
India versterkt banden met Zweden en Nederland met nieuwe strategische partnerschappen