| Een levenslustige dichter met een ongerijmd verlangen |
|
|
| Geschreven door Quito Nicolaas | |
| Thursday 12 November 2009 | |
|
Meestal schrijft een dichter in een zekere
gemoedstoestand. Opgewekt, depressief, vrolijk. Is er een verband tussen de
data/dagen in de agenda en de boodschap van de gedichten? Kunt u een voorbeeld
geven?
Een verband tussen data en gedichten heb ik niet
kunnen ontdekken; ik heb hieraan trouwens helemaal niet gedacht. Het boekje is
m.i. gebruikt, omdat het de ruimte bood. Het meest bittere gedicht On hearing
of an accident, bijvoorbeeld, is geschreven op de bladzijden van 20 t/m 22
maart 1957. Wat het verband is tussen deze dagen en het gedicht, dat zal wel
altijd een raadsel blijven.
Gewoonlijk plaatst een auteur zijn naam of pseudoniem
onder zijn geschriften of ze wel of niet gepubliceerd worden. Werden de
gedichten van een datum of een handtekening dan van haar naam voorzien?
Nee, de gedichten hebben geen eigen datum. De
aanwijzingen dat de gedichten van Aletta Beaujon zijn, is het visitekaartje en
het feit dat de Poems while in Delos een onderdeel van de reeks
vormen. Het handschrift is herkend door de zoons van Beaujon, die ik
kopieën heb gegeven.
Dat zo’n agenda zolang onopgemerkt tussen andere
boeken in de Collectie Antiliana zat en bij de overdracht van de Sticusa aan de
Bibliotheek niet werd gemeld, moet een mysterie zijn. Hoe reageerden de
bibliotheekmedewerkers op uw vondst?
Het hoofd van de Antilliaanse afdeling, Marije Stolp,
was natuurlijk ook verrast. Ze werkte
van harte mee. Ik mocht zelfs de agenda lenen om te laten zien aan mederedacteur Aart Broek en uitgever Franc Knipscheer. Die moesten
natuurlijk eerst het boekje zien, want het nieuws over plotseling gevonden
manuscripten wil nog wel eens sceptisch ontvangen worden. Om het voorzichtig te
zeggen.
Allereerst begrijpt een mens niet dat zulke mooie
gedichten zolang verborgen zijn gebleven. Meer mensen moeten de agenda in
handen hebben gehad. Gelukkig dachten Franc Knipscheer en Aart Broek hezelfde
als ik, en we doken in het diepe. Het is toch een waagstuk, zo’n uitgave,
vooral voor de uitgever. Er gaat veel tijd en geld in zitten. Denk alleen
maar aan het bibliotheekonderzoek op Curaçao. Daar heb ik kunnen werken in de
Centrale Bibliotheek en de Mongui Maduro bibliotheek, met alle medewerking.
Aan het prachtig vormgegeven boek dat nu in de winkel
ligt, is te zien dat we heelhuids opgedoken zijn.
Er is zo weinig bekend van onze schrijvers van voor en
na de ondertekening van het Statuut in 1954. Hoe kijkt u zelf terug naar deze
hele affaire, waarmee u de Antilliaanse literatuur wist te verrijken met een
juweeltje van een uitgave.
Laten we hopen dat de lezers en de kritiek dit werk
als een verrijking zien, ik heb geen moeite met het woord. Vooral niet
omdat het boek opgenomen is in het fonds van uitgeverij In de Knipscheer,
waarin nog meer schatten uit de Antilliaanse schrijverij zijn opgenomen. Daar
ligt heel wat verrijking.
Titel: De schoonheid van blauw/The Beauty of
blue.
Redactie: Aart G. Broek en Klaas de Groot
Uitg: In de Knipscheer, Haarlem 2009
Omv: 304 pp., gebonden/genaaid, met stofomslag
en leeslint.
ISBN:978-90-6265-646 2
Prijs: € 34.50/Nafl. 75,-
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|